Toelichting op de halfjaarrekening 2019

1. Significante aangelegenheden in het eerste halfjaar 2019

Implementatie IFRS 16

De initiële verwerking van IFRS 16 resulteert in de volgende aanpassingen per 1 januari 2019:

  • Materiële vaste activa – toename van € 106,3 miljoen
  • Langlopende en kortlopende leaseverplichtingen – toename van € 106,3 miljoen
  • Eigen vermogen – geen mutatie

De effecten van IFRS 16 op de geconsolideerde winst- en verliesrekening over het eerste halfjaar 2019 zijn als volgt:

  • Afschrijvingslasten – toename van € 3,9 miljoen
  • Interestlasten – toename van € 0,8 miljoen
  • Overige bedrijfslasten – afname van € 4,1 miljoen

Het netto-effect van de implementatie van IFRS 16 op het resultaat voor belasting over het eerste halfjaar 2019 bedraagt € 0,6 miljoen negatief.

Reorganisatievoorziening

Ultimo 2018 is een reorganisatievoorziening gevormd van € 43,3 miljoen. De voorziening hangt samen met de vrijwillige vertrekregeling van 240 medewerkers. De uitgaven in het eerste halfjaar 2019 die verband houden met de reorganisatie zijn voldaan uit de voorziening. Per 30 juni 2019 resteert geen verplichting.  

Dividenduitkering

In de eerste helft van 2019 heeft de vennootschap € 228,0 miljoen dividend uitgekeerd aan de Staat der Nederlanden; de enig aandeelhouder. Het betrof de resultaatbestemming over het boekjaar 2018 overeenkomstig het besluit van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

2. Materiële vaste activa

Periodiek stelt het management vast of sprake is van aanwijzingen of indicaties voor bijzondere waardeveranderingen van vaste activa.

Gastransportnetwerk Nederland

De waardering van het gastransportnetwerk is sterk afhankelijk van de gereguleerde inkomsten van de onderneming. Momenteel voert de ACM diverse thema- en benchmark onderzoeken uit aangaande de toekomstige regulering van GTS en regionale netbeheerders, waarvan de uitkomsten naar verwachting worden verwerkt in het nieuwe methodebesluit (voor de periode 2022 en verder). Uit de beoordeling door het management van de voornoemde omstandigheden blijken geen aanwijzingen of indicaties voor een bijzondere waardeverandering van het gastransportnetwerk in Nederland per 30 juni 2019.

Gastransportnetwerk Duitsland

Uit de beoordeling door het management blijken geen aanwijzingen of indicaties voor een bijzondere waardeverandering van het gastransportnetwerk in Duitsland per 30 juni 2019.

BBL Company

De waardering van de activa van BBL Company wordt mede bepaald door de marktvraag naar transportcapaciteit tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk. BBL Company biedt verschillende soorten transportcapaciteit aan. Ontwikkelingen op dit gebied betreffen onder meer de veiling van zogenaamde ‘implicit allocation’ capaciteitsboekingen in de tweede helft van 2019. Verder kan door technische aanpassingen aan de pijpleiding vanaf het tweede halfjaar 2019 ook fysiek gastransport van het Verenigd Koninkrijk naar Nederland gecontracteerd worden. In de tweede helft van 2019 dient verder een besluit genomen te worden over de opheffing dan wel de terugkeer van het interconnectiepunt Julianadorp per 1 januari 2021. Uit de beoordeling door het management van de voornoemde omstandigheden blijken geen aanwijzingen of indicaties voor een bijzondere waardeverandering van de BBL Company activa per 30 juni 2019.

EnergyStock

Uit de beoordeling door het management blijken geen aanwijzingen of indicaties voor een bijzondere waardeverandering van de EnergyStock activa per 30 juni 2019.

Overige materiele en financiële activa

Uit de beoordeling door het management blijken geen aanwijzingen of indicaties voor een bijzondere waardeverandering van de overige vaste en financiële activa per 30 juni 2019.

3. Rentedragende leningen

Het totaalbedrag van € 3.132,1 miljoen per 30 juni 2019 (ultimo 2018: € 3.142,9 miljoen) aan langlopende leningen bestaat voor € 2.550,0 miljoen (ultimo 2018: € 2.550,0 miljoen) uit langlopende obligaties en voor € 582,1 miljoen (ultimo 2018: € 592,9 miljoen) uit onderhandse leningen.

De mutaties in de rentedragende leningen kunnen als volgt worden gespecificeerd:

In miljoenen euro's  
Nominale hoofdsom per 31 december 2018 3 250,0
Afgelost tot en met 31 december 2018 107,1
   
Restant hoofdsom per 31 december 2018 3 142,9
Niet-geamortiseerde transactiekosten ‑6,0
Stand per 31 december 2018 3 136,9
   
Mutaties eerste halfjaar 2019:  
Aflossingen 10,7
Nieuw opgenomen leningen -
Amortisatie van transactiekosten 0,5
   
Nominale hoofdsom per 30 juni 2019 3 250,0
Afgelost tot en met 30 juni 2019 117,9
   
Restant hoofdsom per 30 juni 2019 3 132,1
Resterende niet-geamortiseerde transactiekosten ‑5,5
Stand per 30 juni 2019 3 126,6
   
Kortlopend deel per 30 juni 2019 321,4
   
Langlopend per 30 juni 2019 2 805,2

De vennootschap heeft in het eerste halfjaar van 2019 € 10,7 miljoen (eerste halfjaar 2018: € 10,7 miljoen) aan langlopende leningen afgelost.

Inzake de rentedragende leningen en overige faciliteiten zijn geen zekerheden gesteld door N.V. Nederlandse Gasunie aan de kredietverstrekkers.

De  toekomstige aflossingen kunnen als volgt worden gespecificeerd:

In miljoenen euro's Eerste halfjaar Tweede halfjaar Totaal
Aflossingsverplichting in      
2019   310,7 310,7
2020 10,7 10,7 21,4
2021 300,0 500,0 800,0
2022 500,0 125,0 625,0
2023 0,0 125,0 125,0
2024 50,0 125,0 175,0
na 2024     1 075,0
Totaal van de aflossingsverplichtingen     3 132,1

De vennootschap heeft een rekening-courant faciliteit van € 45 miljoen (ultimo 2018: € 45 miljoen), een gecommitteerde kredietfaciliteit van € 680 miljoen (ultimo 2018: € 680 miljoen), een Euro Commercial Paper programma ter grootte van € 750 miljoen (ultimo 2018: € 750 miljoen) en een Medium Term Note (MTN) programma ter grootte van € 7,5 miljard (ultimo 2018: € 7,5 miljard).

Binnen het MTN-programma is op 30 juni 2019 € 5,0 miljard (ultimo 2018: € 5,0 miljard) beschikbaar voor nieuwe emissies.

4. Kortlopende financieringsverplichtingen

In miljoenen euro’s 30 juni 2019 31 dec. 2018
     
Aflossingsverplichtingen op langlopende leningen 321,4 321,4
Kortlopende leningen derden 370,0 343,0
Kortlopende leningen aan joint ventures 15,0 13,3
     
Totaal kortlopende financieringsverplichtingen 706,4 677,7

De kortlopende leningen derden bestaan uit opgenomen deposito’s en commercial paper en hebben een looptijd van korter dan één jaar.

5. Personeelsbeloningen

De voorziening voor pensioenverplichtingen heeft alleen betrekking op de pensioenregeling van de werknemers die voor 2012 in dienst zijn getreden bij Gasunie Deutschland. Deze regeling wordt behandeld als een toegezegd-pensioenregeling. Voor de overige werknemers in Nederland en Duitsland is de pensioenregeling geclassificeerd als een toegezegde-bijdrage regeling.

De voorziening voor pensioenverplichtingen betreft de contante waarde van de toegekende pensioenaanspraken op 30 juni 2019 ter grootte van € 103,7 miljoen (ultimo 2018: € 91,8 miljoen). De stijging van de pensioenverplichting in de eerste helft van 2019 kan voornamelijk verklaard worden door een daling van de disconteringsvoet.

Het totaal van rechtstreeks in het eigen vermogen verwerkte actuariële resultaten over het eerste halfjaar 2019 bedraagt € 10,8 miljoen nadelig (eerste halfjaar 2018: € 0,4 miljoen nadelig). Het cumulatieve saldo van de actuariële winsten en verliezen bedraagt per 30 juni 2019: € 37,4 miljoen nadelig (ultimo 2018: € 26,6 miljoen nadelig).

De waardering van de pensioenverplichting overeenkomstig IAS 19 vindt jaarlijks plaats in de tweede helft van het jaar. Deze berekening wordt opgesteld door een externe actuariële specialist. Per 30 juni 2019 heeft het management een geëxtrapoleerde berekening gemaakt van de pensioenverplichtingen ultimo boekjaar 2018.

De aannames die ten grondslag liggen aan de berekening van de pensioenverplichtingen zijn als volgt:

  • Inflatie: 1,7% (ultimo 2018: 1,7%),
  • Verwachte jaarlijkse salarisverhoging medewerkers: 2,7% (ultimo 2018: 2,7%),
  • Verwachte pensioenstijging van gepensioneerden: 1,7% (ultimo 2018: 1,7%).
  • Disconteringsvoet: 1,3% (ultimo 2018: 1,8%)

6. Financiële instrumenten

In deze halfjaarrekening zijn diverse financiële instrumenten opgenomen. Het betreft:

  • Overige kapitaalbelangen
  • Rentedragende leningen
  • Overige primaire financiële instrumenten

Gasunie hanteert de volgende hiërarchie van waarderingstechnieken voor het bepalen van de reële waarde van financiële instrumenten:

Niveau 1: Op basis van genoteerde prijzen op actieve markten voor hetzelfde instrument;
Niveau 2:

Op basis van prijzen op actieve markten voor vergelijkbare instrumenten of op basis van andere waarderingstechnieken, waarbij alle benodigde significante gegevens direct of indirect zijn ontleend aan zichtbare marktgegevens; en

Niveau 3: Op basis van waarderingstechnieken, waarbij alle benodigde significante gegevens niet zijn ontleend aan zichtbare marktgegevens.

 

Overige kapitaalbelangen

De overige kapitaalbelangen betreffen belangen in Nord Stream AG (9,0%), PRISMA European Capacity Platform GmbH (12,7%) en Energie Data Services Nederland (EDSN) B.V. (12,5%). De waarde van de in de balans op reële waarde gewaardeerde overige kapitaalbelangen bedraagt per 30 juni 2019 € 475,1 miljoen (ultimo 2018: € 496,3 miljoen). De afname van de reële waarde van € 21,2 miljoen is rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen (reële waarde reserve) van Gasunie. Het resultaat uit hoofde van dividenduitkeringen door Nord Stream AG bedroeg € 38,9 miljoen (eerste halfjaar 2018: € 30,1 miljoen). De uitkering in 2019 betrof de resultaat-bestemming over het boekjaar 2018. De kapitaalbelangen in PRISMA European Capacity Platform GmbH en EDSN B.V keerden geen dividend uit.

De reële waarde waardering van de overige kapitaalbelangen is gebaseerd op de contante waarde van de verwachte kasstromen. Bij de bepaling van de disconteringsvoet is rekening gehouden met het risicoprofiel (inclusief het kredietrisico) van de overige kapitaalbelangen. Dit betreft een reële waarde bepaling volgens niveau 3 (ultimo 2018: niveau 3).

Gasunie hanteert bij het bepalen van de reële waarde van de overige kapitaalbelangen een disconteringsvoet die gebaseerd is op de risicovrije marktrente vermeerderd met krediet- en liquiditeitsopslagen. De door Gasunie gehanteerde disconteringsvoet na belastingen varieert tussen 4-7%, afhankelijk van het risicoprofiel van het te waarderen actief.

De waardering van het kapitaalbelang in Nord Stream AG wordt gebaseerd op de contante waarde van de toekomstige verwachte kasstromen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een calculatiemodel van Nord Stream AG, welke jaarlijks wordt geactualiseerd aan de hand van het meest recente business plan. Dit model wordt ter beoordeling en goedkeuring voorgelegd aan de aandeelhouders van Nord Stream AG, waaronder Gasunie. Additioneel wordt het model door Gasunie periodiek getoetst aan de hand van de periodieke financiële rapportages van Nord Stream AG. De verwachte kasstromen zijn mede gebaseerd op contractueel gemaakte afspraken. Indien de disconteringsvoet wijzigt met 0,5%-punt, dan leidt dit indicatief (onder overige gelijkblijvende omstandigheden) tot een wijziging in de reële waarde van € 21,0 miljoen (ultimo 2018: € 24,0 miljoen).

Vanwege de relatief beperkte omvang van de belangen in PRISMA European Capacity Platform GmbH en EDSN B.V is een gevoeligheidsanalyse van de reële waarde berekening van deze kapitaalbelangen niet opgenomen.

Rentedragende leningen

De rentedragende leningen (inclusief de kortlopende aflossingsverplichtingen) betreffen onderhandse leningen alsmede obligatieleningen met een notering op de beurs van Amsterdam.

De reële waarde van de onderhandse leningen is berekend door verwachte toekomstige kasstromen contant te maken tegen een disconteringsvoet die gelijk is aan de geldende risicovrije marktrente voor de resterende looptijd, vermeerderd met krediet- en liquiditeitsopslagen. Hierbij is rekening gehouden met het eigen risicoprofiel. Dit betreft een reële waarde bepaling volgens niveau 3 (ultimo 2018: niveau 3). De reële waarde van de beursgenoteerde obligaties is gelijk aan de slotkoers per balansdatum. Dit betreft een reële waarde bepaling volgens niveau 1 (ultimo 2018: niveau 3).

De reële waarde van de rentedragende leningen is in onderstaand overzicht opgenomen.

In miljoenen euro's 30 juni 2019       31 december 2018    
  Boekwaarde Reële waarde Verschil   Boekwaarde Reële waarde Verschil
               
Obligatieleningen  2 544,5   2 728,3   183,7     2 533,3   2 682,3   149,0 
Onderhandse leningen  582,1   693,2   111,1     603,6   698,6   95,0 
Totaal  3 126,6   3 421,5   294,9     3 136,9   3 380,9   244,0 

Overige primaire financiële instrumenten

De overige primaire financiële instrumenten bestaan uit handels- en overige vorderingen, geldmiddelen en kasequivalenten, kortlopende financieringsverplichtingen (exclusief de kortlopende aflossingsverplichtingen op langlopende leningen) en handels- en overige schulden.

Voor deze instrumenten benadert de boekwaarde de reële waarde gegeven de korte looptijd van deze instrumenten.

7. Financiële informatie per segment

Segmentering

De financiële informatie wordt gesegmenteerd naar de activiteiten van de groep. De operationele segmenten weerspiegelen de managementstructuur van de groep. De volgende segmenten worden onderscheiden:

  • Gasunie Transport Services
    Dit segment beslaat het netbeheer in Nederland en is verantwoordelijk voor de aansturing van het gastransport, de ontwikkeling van het leidingnet en de bijbehorende installaties en het bevorderen van de marktwerking.

     
  • Gasunie Deutschland
    Dit segment beslaat het netbeheer in Duitsland en is verantwoordelijk voor de aansturing van het gastransport, de ontwikkeling van het leidingnet en de bijbehorende installaties en het bevorderen van de marktwerking.

     
  • Participations
    Dit segment richt zich op het optimaal benutten van de bestaande deelnemingen, het ontwikkelen van projecten ten behoeve van de energietransitie en het faciliteren van de komst van nieuwe gasstromen naar Noordwest-Europa via LNG-aanvoer en lange afstandspijpleidingen. Onder dit segment vallen tevens een aantal samenwerkingsverbanden voor pijpleidingen die het Gasunie-transportnet verbinden met buitenlandse markten, zoals de BBL-leiding naar het Verenigd Koninkrijk.

De grondslagen voor de waardering en de resultaatbepaling van de segmenten wijken niet af van de grondslagen zoals gehanteerd bij het opstellen van de geconsolideerde halfjaarrekening 2019 en de geconsolideerde en vennootschappelijke jaarrekening 2018.

De opbrengsten en resultaten van een segment omvatten zowel posten die rechtstreeks tot dat segment behoren als posten die redelijkerwijs aan dat segment kunnen worden toegerekend. Transacties tussen segmenten worden verricht tegen een zakelijke grondslag.

Informatie over opbrengsten en resultaat per segment

In miljoenen euro's Opbrengsten     Segment-resultaat  
  Eerste halfjaar 2019 Eerste halfjaar 2018   Eerste halfjaar 2019 Eerste halfjaar 2018
Segmenten          
- Gasunie Transport Services  505,4  514,7   221,3 213,4
- Gasunie Deutschland 119,2 109,8   61,4 48,4
- Participations 75,7 67,8   25,7 25,8
Inter-segment eliminatie ‑17,8 ‑20,9   0,1 ‑1,1
           
Segmententotaal  682,5  671,4   308,5 286,5
           
Niet-gealloceerde financiële baten en lasten       16,4 13,9
           
Resultaat vóór belastingen       324,9 300,4
           
Belastingen       ‑70,8  ‑66,1 
           
Opbrengsten en resultaat na belastingen over de periode  682,5  671,4   254,1 234,3

Gedurende het eerste halfjaar 2019 heeft het segment Gasunie Transport Services voor € 4,5 miljoen (eerste halfjaar 2018: € 7,5 miljoen), het segment Gasunie Deutschland voor € 0,1 miljoen (eerste halfjaar 2018: € 0,1 miljoen) en het segment Participations & Business Development voor € 13,3 miljoen (eerste halfjaar 2018: € 13,3 miljoen) aan inter-segment diensten geleverd.

8. Omzetverantwoording

De vennootschap deelt haar opbrengsten in naar de manier waarop economische factoren de aard, omvang, timing, en onzekerheid van de kasstromen beïnvloeden. In het geval van Gasunie zijn twee stromen te onderscheiden. De eerste omzetstroom betreft de omzet uit hoofde van de gereguleerde transport- en aanverwante diensten. Hierbij stellen de Nederlandse en Duitse toezichthouders voor een meerjarige periode de toegestane inkomsten vast. De tweede omzetstroom betreft de niet-gereguleerde diensten. Bij de niet-gereguleerde diensten worden de inkomsten bepaalde door de vigerende markttarieven en -volumes en is over het algemeen sprake van een hogere volatiliteit in omzet ten opzichte van de gereguleerde diensten. De omzet uit hoofde van de niet-gereguleerde diensten wordt gegenereerd door het segment Participations. Omzet uit hoofde van inter-segment diensten tussen de verschillende bedrijfsonderdelen is geëlimineerd.

In onderstaande tabel is de omzet per segment weergegeven:

In miljoenen euro's Eerste halfjaar 2019 Eerste halfjaar 2018
Omzetcategorie    
Omzetgereguleerde diensten 624,6 624,5 
Overige diensten 75,7 67,8
Inter-segment ‑17,8 ‑20,9
     
Segmententotaal 682,5 671,4