Toelichting op de verkorte geconsolideerde financiële overzichten

Verslaggevende entiteit

N.V. Nederlandse Gasunie (hierna: ‘Gasunie’ of ‘de vennootschap’) is een Europees energie-infrastructuur bedrijf. Gasunie biedt gereguleerde transportdiensten aan in Nederland en in Duitsland. Voorts is sprake van samenwerkingsverbanden voor pijpleidingen die het Gasunie-transportnet verbinden met buitenlandse markten. Daarnaast biedt Gasunie ook andere diensten aan op het gebied van gasinfrastructuur, waaronder gasopslag en de certificering van groen gas. Gasunie zet haar infrastructuur en kennis in voor verdere ontwikkeling en integratie van hernieuwbare energiebronnen, en van groen gas in het bijzonder.

De vennootschap is statutair en feitelijk gevestigd te Groningen (Nederland) op Concourslaan 17 en is ingeschreven onder KvK-nummer 02029700.

Alle op balansdatum geplaatste aandelen worden gehouden door de Staat der Nederlanden.

Verslaggevingsperiode

Deze halfjaarrekening heeft betrekking op de eerste zes maanden van het boekjaar 2019 en heeft als balansdatum 30 juni 2019.

Seizoensinvloed

Als gevolg van seizoensinvloeden (met name temperatuur) zijn de kosten en de omzet van Gasunie niet gelijkmatig over het jaar verdeeld. De kernactiviteit van de vennootschap omvat het transport van aardgas door het gastransportnet. De omzet bestaat uit de verkoop van de beschikbare transportcapaciteit en van transport gerelateerde diensten. In de winter wordt substantieel meer capaciteit door shippers gecontracteerd dan in de zomer. De omzet wordt gerealiseerd op het gecontracteerde moment, ongeacht het daadwerkelijk getransporteerd volume. Daarentegen zijn met name de kosten van netbeheer wel sterk afhankelijk van het daadwerkelijk getransporteerd volume. Een hoger getransporteerd volume gas leidt tot hogere kosten voor Gasunie.

Presentatie- en functionele valuta

De halfjaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s, wat tevens de functionele valuta is van de vennootschap. Alle bedragen zijn, tenzij anders vermeld, opgenomen in miljoenen euro’s.

Oordelen en schattingen door het management

Het management maakt bij het opstellen van de halfjaarrekening schattingen en beoordelingen, die de gerapporteerde bedragen voor activa en passiva op balansdatum en het resultaat over de eerste zes maanden van het boekjaar beïnvloeden. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden periodiek beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.

De invloed van oordelen en schattingen zijn significant bij de waardering van vaste activa, handelsvorderingen, overige kapitaalbelangen en pensioenverplichtingen, bij de classificatie van kapitaalsbelangen en bij de bepaling van de uitgangspunten voor de voorziening voor opruimingskosten en saneringen.

Overeenstemmingsverklaring

De halfjaarrekening is opgesteld in overeenstemming met IAS 34 ‘Tussentijdse financiële verslaggeving’, zoals bekrachtigd door de Europese Unie. Een halfjaarrekening bevat niet alle toelichtingen die normaliter wel zijn opgenomen in een volledige jaarrekening. Om deze reden dient de halfjaarrekening in samenhang met de jaarrekening 2018 gelezen te worden.

De halfjaarrekening is door een onafhankelijke accountant beoordeeld. De beoordelingsverklaring is bij deze halfjaarrekening bijgevoegd.

Uitgangspunten voor de grondslagen voor de consolidatie en de waardering en de resultaatbepaling

Op grond van de Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement dient de vennootschap haar geconsolideerde financiële overzichten op te stellen in overeenstemming met de bepalingen van de International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals bekrachtigd door de Europese Unie.

De grondslagen die zijn toegepast bij het opstellen van de geconsolideerde (verkorte) halfjaarrekening 2019 zijn consistent met de toegepaste grondslagen van de geconsolideerde jaarrekening 2018. In aanvulling op deze grondslagen is per 1 januari 2019 IFRS 16 van kracht geworden. De verwerking van deze standaard is hierna beschreven.

IFRS 16 Leases
Gasunie is leasecontracten aangegaan voor onder meer terreinen, gebouwen en installaties en het wagenpark. Implementatie van IFRS 16 heeft overeenkomstig de retrospectieve benadering (IFRS 16 C8b ii) plaatsgehad. Er heeft geen aanpassing van vergelijkende cijfers plaatsgevonden; het effect van IFRS 16 is in de openingsbalans van 1 januari 2019 verwerkt.

Bij de initiële verwerking en waardering zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • De per 1 januari 2019 op basis van IAS 17 / IFRIC 4 bestaande leaseverplichtingen zijn onderscheiden in lease en non-lease componenten. De non-lease componenten vallen niet onder de reikwijdte van IFRS 16. De kosten ingevolge deze contracten worden verantwoord in de periode waarop ze betrekking hebben.
  • De leaseverplichtingen zijn contant gemaakt tegen de impliciete interestvoet. Waar de impliciete interestvoet niet direct uit de leaseovereenkomst afleidbaar is, is gebruik gemaakt van de incrementele interestvoet van Gasunie. De gewogen gemiddelde interestvoet op 1 januari 2019 was 1,57%. Voor portfolio’s van leases met vergelijkbare condities is gebruik gemaakt van een interestvoet die voor het portfolio als geheel representatief is.
  • De verwachte looptijd van de verplichting is bepaald op basis van de looptijd van de leaseovereenkomst, waarbij rekening is gehouden met de contractuele verlengingsmogelijkheden, in het geval de onderneming redelijkerwijs verwacht hiervan gebruik te maken.
  • Het actief of het gebruiksrecht dat met de lease is verbonden, is tegen contante waarde van de leaseverplichting in de balans opgenomen, eventueel vermeerderd met direct toerekenbare bijkomende kosten.
  • De leaseovereenkomsten met een looptijd van korter dan één jaar of met een contractwaarde van minder dan € 5.000 zijn overeenkomstig de uitzonderingsbepalingen van IFRS 16 niet in de balans opgenomen.

De bovenstaande uitgangspunten leiden tot het in de balans opnemen van een leaseverplichting van € 106,3 miljoen per 1 januari 2019. De nominale waarde van de verplichtingen onder de oude regeling bedroeg € 115,0 miljoen per 31 december 2018. Het verschil wordt verklaard door het effect van discontering (€ 5,0 miljoen negatief), verwijdering van non-lease componenten alsmede het actualiseren van verwachte looptijden van contracten (per saldo € 2,7 miljoen negatief) en het niet opnemen van leases met een looptijd korter dan 1 jaar (€ 1,0 miljoen negatief).

De bij de leaseverplichting behorende activa zijn verantwoord onder de post materiele vaste activa. De toevoeging aan de materiele vaste activa kan als volgt worden gespecificeerd:

In miljoenen euro’s Boekwaarde per 30 juni 2019 Boekwaarde per 1 januari 2019
     
Bedrijfsgebouwen en terreinen 95,4 99,1
Regionale transportleidingen c.a. 0,6 0,8
Andere vaste bedrijfsmiddelen 6,4 6,4
     
Totaal 102,4 106,3

Voor de vervolgwaardering van de leasecontracten gelden de navolgende uitgangspunten:

Activa zijn gewaardeerd tegen de kostprijs, verminderd met de lineaire afschrijving berekend over de looptijd van de leaseovereenkomst. De leaseverplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode.

Indien de uitgangspunten in de leaseovereenkomst wijzigen (bijvoorbeeld door indexering), wordt de boekwaarde van de leaseverplichting en het actief of het gebruiksrecht dat met de lease is verbonden, opnieuw bepaald.

Verwezen wordt naar noot 1 van de toelichting op de halfjaarrekening 2019 voor het effect van IFRS 16 op de geconsolideerde balans en winst- en verliesrekening.

Overige gewijzigde IFRS standaarden en interpretaties

Met ingang van het boekjaar 2019 zijn ook de onderstaande standaarden van kracht geworden:

  • Amendments to IFRS 9: Prepayment features with negative Compensation
  • IFRIC 23: Uncertainty over Income Tax Treatments
  • Amendments to IASv28: Long term interests in Associates and Joint Ventures
  • Amendments to IAS 19: Plan Amendment, Curtailment or Settlement
  • Annual Improvements to IFRS Standards 2015-2017 Cycle

Daarnaast worden onderstaande standaarden naar verwachting in de nabije toekomst van kracht. Van deze standaarden is de EU-goedkeuring nog niet afgerond.

2020

  • Amendments to References to the Conceptual Framework in IFRS Standards
  • Amendment to IFRS 3 Business Combinations
  • Amendments to IAS 1 and IAS 8: Definition of Material

2021

  • IFRS 17 Insurance Contracts

Uit een analyse door de vennootschap blijkt dat zowel de vastgestelde standaarden als de nog te bekrachtigen standaarden geen materiele impact hebben op het vermogen en het resultaat van de vennootschap en dat geen sprake is van significante additionele toelichtingen.